Shiva
De kosmische dans van Shiva wordt beschouwd als symbool voor de eeuwige beweging van het universum. De vlammencirkel zonder begin en eind is de energie is zijn puurste vorm, maar ook van het crematievuur. Het is tevens symbool van de heilige mantra Aum, de grondklank van de schepping. Typerend voor Shiva zijn de wijd uitwaaierende boetevlechten.
De dwerg onder Shiva’s voet is de onwetendheid. De trommel in zijn hand symboliseert de oerklank die het begin is van alles, het ritme, de pulserende kracht van de schepping. Het vuur in zijn handpalm is het vermogen om te vernietigen wat een voorwaarde is voor het scheppen van nieuw leven. Zijn met de palm naar voren opgeheven rechterhand beduidt zegen, bescherming en geruststelling. De naar voren gestoken arm met de vingers naar beneden gericht symboliseert de slurf van een olifant dat duidt op zijn macht en kracht. Zijn opgeheven voet op bevrijding. Shiva heeft twee kanten, namelijk afschrikwekkend en welwillend.
Dit is een Shiva Nataraja, de kosmische danser.
Het verhaal gaat dat Shiva tienduizend Asceten ontmoette en al hun vrouwen waren verliefd op deze wonderschone god. Omdat de Asceten jaloers werden en dachten dat er bovennatuurlijke krachten aan het werk waren, stuurden ze achtereenvolgens een woeste tijger en een antilope op Shiva af. Maar hij doodde ze en vilde ze met zijn blote handen.
De daaropvolgende giftige slangen temde hij en hing ze om zijn hals. Het gloeiende hete ijzer dat de Asceten naar hem gooiden, ving hij op om er een wapen voor zichzelf van te maken, de maansikkel die naar zijn hoofd werd geslingerd, stak hij als sieraad in zijn haar. Tenslotte stuurden de Asceten een kwaadaardige zwarte dwerg Apasmara op hem af. Shiva duwde met zijn voet de dwerg op de grond en danste triomfantelijk op de buik van de dwerg. Daarop knielden alle Asceten in aanbidding voor hem neer.




